0%

Hoofdstuk 5

Beslissingen nemen

Maak kennis met booleaanse waarden

Een programma dat altijd dezelfde instructies volgt, kan al nuttig zijn. Het kan veel beter op situaties reageren als het een vraag over zijn huidige gegevens kan stellen en kan kiezen wat het daarna doet.

Python stelt het antwoord op een ja-of-neevraag voor met een booleaanse waarde. Er zijn precies twee booleaanse waarden:

True
False

Het type heet bool, een afkorting van Boolean. De naam verwijst naar George Boole, wiens werk hielp om logica met twee mogelijke waarden formeel te beschrijven.

Booleaanse waarden in variabelen

Je kunt een booleaanse waarde in een variabele opslaan, net als een string of getal:

Try it

De uitvoer is:

True
False

De hoofdletters zijn belangrijk. De booleaanse waarden van Python schrijf je als True en False, niet als true en false.

Aanhalingstekens zijn ook belangrijk. True is een booleaanse waarde, terwijl "True" een string met vier tekens is.

Met type() kun je het verschil bekijken:

Try it

De eerste waarde heeft het type bool. De tweede heeft het type str.

Vergelijkingen leveren booleaanse waarden op

De meeste booleaanse waarden in een programma komen voort uit vragen over andere gegevens. Python noemt die vragen vergelijkingen.

Bekijk deze expressie:

temperature < 20

Die vraagt of de huidige waarde van temperature kleiner is dan 20. Python evalueert de expressie en levert True of False op.

Voer dit uit met twee verschillende temperaturen:

Try it

De eerste vergelijking levert True op. De tweede levert False op.

Een vergelijking drukt uit zichzelf niets af. In dit voorbeeld maakt print() de resulterende booleaanse waarde zichtbaar. Je kunt het resultaat ook opslaan:

Try it

Python evalueert eerst age < 30 en wijst de resulterende booleaanse waarde daarna toe aan is_under_30.

Welke waarde heeft het type bool?

Wat drukt deze code af?

available_places = 3
print(available_places < 2)

Waarden die beslissingen sturen

Een booleaanse waarde legt een van twee mogelijkheden vast: ja of nee, aan of uit, waar of onwaar. In de volgende lessen leer je de vergelijkingsoperatoren die deze waarden opleveren. Daarna gebruik je ze om te bepalen welke instructies Python uitvoert.

Onthoud voor deze les het belangrijkste idee: een vergelijking is een expressie en het resultaat is een booleaanse waarde.

Opdracht

Voer de voorbeelden uit en maak beide quizzen. Zorg voordat je verdergaat dat je kunt uitleggen:

  • waarom True en "True" verschillende typen hebben;

  • waarom dezelfde vergelijking een ander resultaat kan opleveren als een variabele verandert;

  • waarom een vergelijking een expressie met een waarde is.